ADVERTISEMENT

Mobile Banner
320×100

Goniometrie Calculator

Bereken goniometrische functies, inverse functies en los driehoeken op

Goniometrische functies

Basisverhoudingen
Formule laden...
Pythagoras-identiteit
Formule laden...
Tangens-identiteit
Formule laden...

Sin, cos en tan in een rechthoekige driehoek

Goniometrie (in het Nederlandse middelbaar onderwijs ook wel kortweg 'trigonometrie' genoemd in de bovenbouw) bestudeert de relaties tussen hoeken en zijden van driehoeken. In een rechthoekige driehoek met scherpe hoek theta zijn de drie basisverhoudingen sin(theta) = overstaande/schuine zijde, cos(theta) = aanliggende/schuine zijde en tan(theta) = overstaande/aanliggende zijde. Op het examenprogramma havo wiskunde B en vwo wiskunde B (vastgesteld door het Examenblad van het College voor Toetsen en Examens) staat dit als onderdeel van het subdomein 'Driehoeksmeting' verplicht.

De ezelsbruggetjes SOS-CAS-TOA of de Engelse variant SOH-CAH-TOA helpen leerlingen om de drie verhoudingen uit elkaar te houden. Deze rekenmachine accepteert zowel graden (DEG) als radialen (RAD); zorg dat de modus klopt voordat je gaat rekenen, want sin(30°) is iets heel anders dan sin(30 rad).

Inverse functies: arcsin, arccos en arctan

De inverse goniometrische functies arcsin, arccos en arctan (in Nederlandse schoolboeken vaak geschreven als sin^-1, cos^-1, tan^-1) leveren een hoek bij een gegeven verhouding. Voorbeeld: arcsin(0,5) = 30° want sin(30°) = 0,5; arctan(1) = 45° want tan(45°) = 1.

Om er functies van te maken zijn de uitkomsten beperkt: arcsin en arctan leveren waarden in [-90°, 90°], arccos in [0°, 180°]. Op de wetenschappelijke rekenmachine (Casio fx-82 of Texas TI-30, beide toegestaan op het Centraal Eindexamen havo/vwo wiskunde) bereik je de inverse via de SHIFT- of 2nd-toets.

De eenheidscirkel

De eenheidscirkel is een cirkel met straal 1 rond de oorsprong van het assenstelsel. Voor elke hoek theta, gemeten tegen de klok in vanaf de positieve x-as, heeft het punt op de cirkel coordinaten (cos theta, sin theta). Hiermee breid je sinus en cosinus uit naar alle reele hoeken, niet alleen de scherpe hoeken in een rechthoekige driehoek.

De eenheidscirkel verklaart waarom sin en cos periodiek zijn met periode 360° (2*pi radialen), waarom de tekens van de functies per kwadrant verschillen en waar de bijzondere waarden voor 30°, 45°, 60°, 90°, 120°, 150° vandaan komen. In de eindexamenstof vwo wiskunde B is de eenheidscirkel het centrale denkmiddel voor periodieke functies en harmonische trillingen.

Sinusregel en cosinusregel voor willekeurige driehoeken

Voor driehoeken die niet rechthoekig zijn gebruik je de sinusregel: a/sin(A) = b/sin(B) = c/sin(C). Deze pas je toe als je twee hoeken en een zijde kent (HHZ/ZHH) of twee zijden met een niet-ingesloten hoek (ZZH). Let bij ZZH op de ambigue casus: er kunnen nul, een of twee oplossingen zijn.

De cosinusregel c^2 = a^2 + b^2 - 2ab*cos(C) is een veralgemening van de stelling van Pythagoras en pas je toe als je drie zijden (ZZZ) of twee zijden en de ingesloten hoek (ZHZ) kent. Beide regels staan op de formulekaart van het Centraal Eindexamen havo/vwo wiskunde B en zijn verplichte stof.

Graden vs radialen: schakelen op de rekenmachine

Een volledige cirkel is 360 graden of 2*pi radialen. Omrekenen gaat met radialen = graden * pi/180 en graden = radialen * 180/pi. In de Nederlandse havo wiskunde B wordt nog veel in graden gewerkt, in vwo wiskunde B vanaf klas 5 vrijwel uitsluitend in radialen omdat de afgeleiden van sin(x) en cos(x) alleen netjes uitkomen in radialen.

Schakel op je rekenmachine via SETUP of MODE tussen DEG en RAD. Een veelgemaakte fout op het eindexamen is dat de leerling in de verkeerde modus rekent. Controleer aan de hand van een ijkwaarde: sin(30°) moet 0,5 opleveren, sin(pi/6 rad) ook. Als de uitkomst raar is, staat de modus waarschijnlijk verkeerd.

Toepassingen in navigatie, architectuur en geodesie

Goniometrie wordt elke dag toegepast bij landmeten door het Kadaster (Apeldoorn), waar geodeten met een total station hoeken en afstanden meten om percelen, gebouwen en infrastructuur in te meten in het Rijksdriehoekstelsel (RD-coordinaten). De berekeningen achter de RD-projectie en het Nationaal Wegen Bestand leunen volledig op goniometrische functies.

In de bouwsector gebruiken constructeurs sin, cos en tan voor het berekenen van dakhellingen, trapsteken (Bouwbesluit 2012, hoofdstuk 2.5) en sterkteberekeningen volgens de Eurocodes. In de luchtvaart en scheepvaart bepalen piloten en navigatoren koersen, drift en posities met de sinusregel op de bolvormige aarde. Voor scholieren komt dit terug in de praktische opdracht van het profielwerkstuk havo/vwo.

Voorbeelden

sin(30°) berekenen - basiscontrole rekenmachine

Een havo-4 leerling wil controleren of de wetenschappelijke rekenmachine in graden-modus staat door de bekende waarde sin(30°) te berekenen.

Resultaatsin(30°) = 0,5

Stap 1 - zet de rekenmachine op DEG (Casio: SHIFT + SETUP, optie 3 of 4; TI-30: MODE-toets). Stap 2 - tik in: sin(30) =. Stap 3 - uitkomst: 0,5. Dit is een van de speciale hoekwaarden die elke havo/vwo-leerling uit het hoofd moet kennen volgens het examenprogramma wiskunde B. Als je uitkomst -0,988 was, stond de machine in RAD-modus (want sin(30 rad) ongeveer -0,988). Vergelijkbare ijkwaarden: cos(60°) = 0,5; tan(45°) = 1; sin(90°) = 1; cos(0°) = 1.

arctan(1) - inverse functie voor hellingshoek

Een dakdekker meet dat een dakvlak 3 meter omhoog gaat over een horizontale afstand van 3 meter. Wat is de dakhelling in graden?

Resultaatarctan(1) = 45°

Stap 1 - de tangens van de hellingshoek is overstaand/aanliggend = 3/3 = 1. Stap 2 - om de hoek terug te krijgen gebruik je de inverse tangens: theta = arctan(1). Stap 3 - tik in op de rekenmachine (in DEG-modus): SHIFT + tan + 1 + ) + =. Resultaat: 45°. Dit komt overeen met een dakhelling van 100% (in de bouw uitgedrukt als verhouding 1:1). Volgens Bouwbesluit 2012 bijlage I is dit binnen de gangbare hellingsgrenzen voor pannendaken (minimaal 22°, maximaal circa 60°).

Sinusregel: onbekende zijde in driehoek

In driehoek ABC is hoek A = 40°, hoek B = 60° en zijde a (tegenover A) = 8 cm. Bereken zijde b.

Resultaatb ongeveer 10,78 cm

Stap 1 - sinusregel: a/sin(A) = b/sin(B), dus b = a * sin(B)/sin(A). Stap 2 - invullen: b = 8 * sin(60°)/sin(40°). Stap 3 - bereken: sin(60°) ongeveer 0,8660; sin(40°) ongeveer 0,6428. Dus b = 8 * 0,8660/0,6428 ongeveer 10,78 cm. Stap 4 - controle: hoek C = 180° - 40° - 60° = 80°. Met c = a * sin(C)/sin(A) krijg je c = 8 * 0,9848/0,6428 ongeveer 12,26 cm. De grootste zijde ligt tegenover de grootste hoek (80°), wat klopt.

Veelgestelde vragen

Hoe schakel ik tussen graden (DEG) en radialen (RAD) op mijn rekenmachine?

Op de Casio fx-82, fx-83 en fx-991 (de toegestane rekenmachines voor het Centraal Eindexamen havo/vwo wiskunde) druk je op SHIFT en daarna op SETUP (toets boven AC). Kies optie 3 voor Deg of optie 4 voor Rad. Bovenaan het scherm verschijnt dan een kleine letter D of R die je modus aangeeft. Op de Texas Instruments TI-30 druk je op de MODE-toets en selecteer je DEG of RAD met de pijltjestoetsen. Controleer altijd voor het eindexamen: sin(30) moet 0,5 opleveren in DEG-modus. Een verkeerd ingestelde modus is een van de meest voorkomende rekenfouten bij wiskunde B.

Wanneer gebruik ik de sinusregel en wanneer de cosinusregel?

Gebruik de sinusregel a/sin(A) = b/sin(B) = c/sin(C) als je een hoek-zijde-paar hebt (de zijde tegenover die hoek). Dit werkt bij HHZ (twee hoeken en een zijde) of ZHH, en bij ZZH (twee zijden en een niet-ingesloten hoek - let op de ambigue casus). Gebruik de cosinusregel c^2 = a^2 + b^2 - 2ab*cos(C) als je drie zijden kent (ZZZ) of twee zijden en de ingesloten hoek (ZHZ); de sinusregel kan dan namelijk niet starten omdat je geen compleet hoek-zijde-paar hebt. Beide regels staan op de officiele formulekaart van het Centraal Eindexamen die door het College voor Toetsen en Examens (Examenblad.nl) wordt uitgegeven.

Wat is de eenheidscirkel en waarom is die zo belangrijk?

De eenheidscirkel is een cirkel met straal 1 rond de oorsprong van het xy-vlak. Voor elke hoek theta (gemeten tegen de klok in vanaf de positieve x-as) zijn de coordinaten van het punt op de cirkel precies (cos theta, sin theta). Dit definieert sin en cos voor alle reele hoeken - niet alleen voor scherpe hoeken in een rechthoekige driehoek - en verklaart de periodiciteit (360° of 2*pi rad), de tekens per kwadrant en alle bijzondere waarden voor 30°, 45°, 60°, 90°, 120° enzovoorts. In vwo wiskunde B is de eenheidscirkel het centrale denkraam voor periodieke functies, harmonische trillingen en de afgeleiden van sin en cos.

Wat is het verschil in goniometrie tussen havo wiskunde B en vwo wiskunde B?

Op de havo (wiskunde B) blijft de goniometrie grotendeels beperkt tot rechthoekige driehoeken, sinusregel en cosinusregel, eenheidscirkel en eenvoudige goniometrische vergelijkingen in graden. Op het vwo (wiskunde B) komt daar veel bij: werken in radialen wordt verplicht vanaf klas 5, afgeleiden en primitieven van sin(x), cos(x) en tan(x), goniometrische identiteiten (som- en verschilformules, dubbele-hoekformules) en harmonische functies van de vorm a*sin(b(x-c))+d met fase en amplitude. Het examenprogramma per leerjaar staat op www.examenblad.nl onder het vak wiskunde B.

Waarom is tan(90°) ongedefinieerd?

Per definitie geldt tan(theta) = sin(theta)/cos(theta). Voor theta = 90° krijg je tan(90°) = sin(90°)/cos(90°) = 1/0, en delen door nul is in de reele getallen niet gedefinieerd. Op de eenheidscirkel zie je dit terug: bij 90° wijst de straal recht omhoog, dus de x-coordinaat (cos) is precies 0. De grafiek van tan(x) heeft daarom verticale asymptoten bij 90°, 270°, 450° enzovoorts (in radialen: pi/2 + k*pi). Hetzelfde geldt voor andere hoeken waar cos = 0. Een rekenmachine geeft hierbij meestal de melding 'MATH ERROR' of 'undefined'.

Hoe gebruikt het Kadaster goniometrie bij landmeten?

Geodeten van het Kadaster (hoofdkantoor Apeldoorn, www.kadaster.nl) gebruiken goniometrie dagelijks bij het inmeten van percelen, gebouwen en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Met een total station (een elektronisch theodoliet met afstandsmeter) meten ze horizontale hoeken, verticale hoeken en schuine afstanden. Via de sinusregel, cosinusregel en de Pythagoras-identiteit reken je deze metingen om naar coordinaten in het Rijksdriehoekstelsel (RD), het Nederlandse landelijke coordinatensysteem. De RD-projectie zelf is een conforme Lambert-projectie die ook leunt op goniometrische functies om de bolvormige aarde plat te projecteren. Voor scholieren die goniometrie willen verbinden aan een beroep is geodesie een sterk voorbeeld.

Bronnen

Methodologie

Berekeningen volgen de standaarddefinities van de zes goniometrische functies in een rechthoekige driehoek en de eenheidscirkel, conform het examenprogramma wiskunde B havo/vwo van het College voor Toetsen en Examens. Inverse functies leveren hoofdwaarden in [-90°,90°] (arcsin, arctan) of [0°,180°] (arccos). De rekenmachine schakelt tussen graden en radialen; resultaten worden afgerond op 4-6 decimalen.

Handige Tips

  • Sla deze calculator op als bladwijzer voor snelle toegang
  • Gebruik de deelknop om je resultaten te versturen
  • Probeer verschillende scenario's om resultaten te vergelijken
  • Bekijk onze gerelateerde calculators voor meer informatie

Vind je deze calculator handig? Deel hem:

Sluit deze calculator in