ADVERTISEMENT

Mobile Banner
320×100

BMI Calculator

Bereken je Body Mass Index (BMI of Quetelet-index) om je gewichtsstatus te begrijpen en ontdek je gezonde gewichtsbereik op basis van je lengte volgens de Nederlandse normen van het Voedingscentrum en RIVM.

BMI Berekeningsformules

Metrieke Formule
Imperiale Formule
lb
ft
in

ADVERTISEMENT

Rectangle
300×250

Wat is de Body Mass Index (BMI)?

De Body Mass Index (BMI), in Nederland ook bekend als de Quetelet-index naar de Belgische wiskundige Adolphe Quetelet die de formule in 1832 publiceerde, is een verhoudingsgetal tussen je gewicht en lengte. De formule deelt je gewicht in kilogram door het kwadraat van je lengte in meter (kg/m²) en levert een dimensieloos getal op dat het Voedingscentrum en RIVM gebruiken als snelle screening voor gewichtsgerelateerde gezondheidsrisico's.

Het Voedingscentrum hanteert vier hoofdcategorieën voor volwassenen: een BMI onder 18,5 staat voor ondergewicht, 18,5 tot 25 voor een gezond gewicht, 25 tot 30 voor overgewicht, en 30 of hoger voor obesitas. Deze drempels zijn afgeleid van WHO-richtlijnen en worden door huisartsen, diëtisten en jeugdgezondheidszorg in Nederland standaard gehanteerd. Volgens CBS-cijfers heeft inmiddels ruim de helft van de Nederlandse volwassenen overgewicht (BMI ≥ 25), waarvan circa 15% obesitas.

BMI-categorieën volgens Voedingscentrum en RIVM

Het RIVM en Voedingscentrum baseren hun adviezen op vier standaardbanden voor volwassenen tussen 18 en 70 jaar. Boven de 70 jaar gelden iets ruimere normen omdat een licht verhoogd gewicht beschermend kan werken tegen spierverlies.

BMI-bereikCategorieGezondheidsimplicatie
Onder 18,5 Ondergewicht Kan wijzen op ondervoeding, eetstoornissen of onderliggende aandoeningen
18,5 - 25 Gezond gewicht Laagste gezondheidsrisico voor de meeste volwassenen
25 - 30 Overgewicht Verhoogd risico op hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en hoge bloeddruk
30 en hoger Obesitas Sterk verhoogd risico; volgens Partnerschap Overgewicht Nederland (PON) aanleiding voor gecombineerde leefstijlinterventie (GLI)

Navelomtrek: parallel meten naast BMI

Het Voedingscentrum en RIVM benadrukken dat de navelomtrek (buikomtrek) een minstens zo belangrijke meting is als BMI, omdat buikvet (visceraal vet) een sterkere voorspeller van cardiometabool risico is dan totaal lichaamsvet. De Nederlandse richtlijnen hanteren twee drempels: bij mannen is een omtrek boven 102 cm verhoogd risico (en boven 94 cm licht verhoogd), bij vrouwen ligt de grens op 88 cm (en 80 cm licht verhoogd).

Meet de omtrek staand, ontspannen na uitademing, op het smalste punt tussen de onderste rib en het bekkenkam (meestal ter hoogte van de navel). Een normaal gewicht met een te grote navelomtrek -- in Nederland soms 'TOFI' genoemd (thin outside, fat inside) -- kan toch verhoogd risico geven, vooral bij Hindoestaanse en andere Zuid-Aziatische Nederlanders waar het RIVM al bij een BMI vanaf 23 alert wil zijn.

ADVERTISEMENT

Rectangle
300×250

Beperkingen van BMI

Het Voedingscentrum waarschuwt expliciet dat BMI een grove screening is, geen diagnose. De index kan geen onderscheid maken tussen spier- en vetmassa, en houdt geen rekening met vetverdeling, leeftijd of etniciteit.

💪

Spier vs. vet

Krachtsporters, rugbyers en bouwvakkers met veel spiermassa kunnen een BMI boven 25 hebben zonder verhoogd gezondheidsrisico.

👴

Ouderen

Vanaf 70 jaar verschuift de optimale BMI-band naar 22-28 omdat een lichte reserve beschermt tegen sarcopenie (spierverlies) en fracturen.

🌍

Etniciteit

Hindoestaans-Nederlandse en Aziatische bevolkingsgroepen lopen al bij BMI 23-27,5 verhoogd risico volgens WHO en RIVM-aanbevelingen.

📍

Vetverdeling

BMI zegt niets over waar het vet zit. Buikvet (appelvorm) is risicovoller dan vet op heupen en bovenbenen (peervorm).

Overgewicht in Nederland: CBS-cijfers

Het CBS publiceert jaarlijks cijfers over de gewichtsverdeling van de Nederlandse bevolking. In de meest recente Gezondheidsenquête had ongeveer 50% van de Nederlanders van 18 jaar of ouder matig overgewicht (BMI 25-30), en circa 14-15% obesitas (BMI ≥ 30). Bij kinderen van 4-17 jaar ligt het aandeel met overgewicht rond de 14%, waarvan ongeveer 3% obesitas heeft. Het RIVM en het Partnerschap Overgewicht Nederland (PON) signaleren een licht stijgende trend en pleiten voor preventieve maatregelen via gemeenten en de Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) die sinds 2019 vergoed wordt vanuit de basisverzekering.

Belangrijk om te weten: het Voedingscentrum gebruikt voor kinderen geen vaste BMI-grenzen maar leeftijds- en geslachtsspecifieke percentielen (BMI-voor-leeftijd, ook wel iso-BMI of Cole-grenzen genoemd) -- een kind met BMI 19 kan al overgewicht hebben terwijl een volwassene met dezelfde BMI gezond zit. Voor kinderen verwijst het JGZ-protocol naar groeicurves van TNO.

Hoe gebruik je deze BMI-calculator

  1. Kies een eenhedensysteem -- Metriek (kg / cm) is standaard in Nederland; Imperiaal (lb / ft-in) is alleen handig als je gewicht en lengte uit Amerikaanse bronnen kent.
  2. Vul je Gewicht in -- in kilogram bij Metriek. Voor een consistente meting weeg je jezelf 's ochtends na toiletbezoek, voor het ontbijt en met minimale kleding.
  3. Vul je Lengte in -- in centimeter bij Metriek (bijvoorbeeld 175). Meet rechtop staand tegen een muur, zonder schoenen, met de kin recht vooruit. Bij Imperiaal vul je voet en inches apart in.
  4. Klik op Bereken BMI om je BMI-waarde, categorie (Ondergewicht, Gezond gewicht, Overgewicht of Obesitas), gezond gewichtsbereik en BMI Prime te zien volgens de Voedingscentrum-norm.

Voorbeelden

Basis: volwassene in het gezonde bereik

Een 35-jarige kantoormedewerker uit Utrecht van 178 cm en 75 kg controleert zijn gewichtsstatus voor een routine-bezoek aan de huisarts.

ResultaatBMI van circa 23,7, ruim in de Gezond gewicht-band volgens Voedingscentrum (18,5-25). Gezond gewichtsbereik voor 1,78 m is circa 58,6-79,2 kg. BMI Prime van circa 0,95.

Lengte in meter is 1,78, dus BMI = 75 / (1,78 × 1,78) = 75 / 3,1684 ≈ 23,7. Dit valt midden in de gezonde band. Voor een complete check adviseert het RIVM ook de navelomtrek te meten: bij mannen onder 94 cm is er geen verhoogd risico, tussen 94-102 cm licht verhoogd, en boven 102 cm verhoogd risico. Een BMI alleen vertelt niet het hele verhaal.

Tussenliggend: gespierde sporter aangemerkt als overgewicht

Een 28-jarige rugbyer uit Den Bosch van 185 cm en 97 kg met circa 12% lichaamsvet door regelmatige krachttraining.

ResultaatBMI van circa 28,3, wat in de Overgewicht-categorie valt ondanks laag vetpercentage en hoge spiermassa.

Lengte in meter is 1,85, dus BMI = 97 / (1,85 × 1,85) = 97 / 3,4225 ≈ 28,3. Omdat BMI alleen gewicht en lengte gebruikt, telt dichte spiermassa even zwaar als vet. Voor sporters met zichtbaar laag vetpercentage overschat BMI het gezondheidsrisico -- het Voedingscentrum adviseert dan vetpercentagemeting (huidplooi of bio-impedantie), navelomtrek of een DEXA-scan via een sportarts of erkende leefstijlcoach.

Randgeval: oudere volwassene met sarcopenie

Een 72-jarige gepensioneerde uit Groningen van 165 cm en 65 kg die de afgelopen tien jaar geleidelijk spiermassa heeft verloren.

ResultaatBMI van circa 23,9 -- midden in het gezonde bereik volgens Voedingscentrum, maar voor ouderen kan een hogere band gepast zijn.

Lengte in meter is 1,65, dus BMI = 65 / (1,65 × 1,65) = 65 / 2,7225 ≈ 23,9. Het getal lijkt geruststellend, maar door sarcopenie (leeftijdsgebonden spierverlies) kan dezelfde BMI een hogere vet-spier-verhouding verbergen dan bij een jongere volwassene. Het RIVM en Voedingscentrum hanteren voor 70-plussers vaak een streefband van 22-28 om spier- en botmassa te beschermen. Combineer de BMI met een knijpkrachttest of navelomtrekmeting bij de huisarts of fysiotherapeut.

Hoe het werkt

BMI is een lengtegecorrigeerde gewichtsmaat, gedefinieerd door de 19e-eeuwse Belgische wiskundige Adolphe Quetelet -- vandaar de Nederlandse benaming Quetelet-index. De metrieke formule deelt je gewicht in kilogram door het kwadraat van je lengte in meter: BMI = kg ÷ m². De imperiale formule vermenigvuldigt ponden met 703 en deelt door het kwadraat van je lengte in inches: BMI = (lb × 703) ÷ in². Beide leveren hetzelfde dimensieloze getal op -- 703 is alleen de conversiefactor die ponden en inches in lijn brengt met het metrieke resultaat.

Het Voedingscentrum en RIVM sorteren BMI-waarden voor volwassenen in vier standaardbanden: onder 18,5 is Ondergewicht, 18,5 tot 25 is Gezond gewicht, 25 tot 30 is Overgewicht, en 30 of hoger is Obesitas. De obesitas-band wordt klinisch verder opgesplitst in klasse I (30-35), klasse II (35-40) en klasse III (40+, ook bekend als morbide obesitas). Voor Hindoestaans-Nederlandse en Aziatische groepen adviseert het RIVM al vanaf BMI 23 verhoogde alertheid, conform WHO-richtlijnen voor Aziatische populaties.

Op basis van je lengte rekent de calculator terug naar het gewichtsbereik dat je BMI tussen 18,5 en 25 zou plaatsen -- het Gezonde Gewichtsbereik. De calculator berekent ook BMI Prime, de verhouding van je BMI tot 25. Een BMI Prime van 1,0 zit precies op de bovengrens van het gezonde bereik; 0,88 betekent dat je 12% eronder zit, 1,20 dat je 20% erboven zit.

Omdat BMI alleen gewicht en lengte gebruikt, kan het geen onderscheid maken tussen spier en vet, houdt het geen rekening met waar vet is opgeslagen en past het zich niet aan voor leeftijd, geslacht of etniciteit. Behandel het resultaat als een screeningssignaal -- nuttig om verandering over tijd bij te houden en voor bevolkingsbrede risicoschattingen door het CBS en RIVM -- niet als diagnose. Combineer altijd met een navelomtrekmeting voor een completer beeld.

Wanneer gebruik je deze calculator

  • Snelle persoonlijke gezondheidscheck. Krijg een snelle indicatie of je gewicht binnen het gezonde bereik valt volgens Voedingscentrum en RIVM, vóór een routinebezoek aan de huisarts of jeugdgezondheidsarts.
  • Een gezond streefgewicht bepalen. Gebruik het Gezonde Gewichtsbereik om een realistisch doel te kiezen dat je BMI in de 18,5-25 band plaatst. Voor een leefstijltraject via een diëtist of de Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) is dit een logisch startpunt.
  • Voortgang volgen in de tijd. Herbereken maandelijks tijdens een gewichtsbeheerprogramma om je BMI-trend te zien zonder te focussen op dagelijkse weegschaalruis. Vraag de huisarts of POH om de waarden vast te leggen in je dossier.
  • Screening vóór een afspraak met de huisarts. Neem je BMI-getal, categorie en navelomtrek mee naar de huisarts of praktijkondersteuner zodat het consult zich kan richten op context zoals bloeddruk, lipidenprofiel en eventuele indicatie voor een GLI-traject.
  • Eenheden omrekenen tussen systemen. Gebruik de Imperiaal/Metriek-schakelaar om tussen lb/ft-in en kg/cm te vertalen zonder zelf te hoeven omrekenen, bijvoorbeeld als je gewicht uit een Amerikaanse health-app komt.

Veelgemaakte fouten

  • FoutBMI behandelen als directe maat voor lichaamsvet.
    OplossingBMI schat gewicht ten opzichte van lengte, niet vetpercentage. Combineer met navelomtrek (de RIVM-grenzen: mannen >102 cm, vrouwen >88 cm = verhoogd risico), vetpercentage via huidplooi of bio-impedantie, of een DEXA-scan via een sportarts als lichaamssamenstelling belangrijk is.
  • FoutEenheden door elkaar halen -- bijvoorbeeld kilogram invoeren in het ponden-veld.
    OplossingGebruik de eenhedenschakelaar vóór je begint te typen. Metriek verwacht kilogram en centimeter; Imperiaal verwacht ponden en voet/inches. In Nederland is Metriek altijd de juiste keuze.
  • FoutSpiermassa negeren bij sporters en krachttrainers.
    OplossingMet zichtbaar laag vetpercentage en aanzienlijke spiermassa overschat BMI je risico. Gebruik dan vetpercentage of de taille-lengte-verhouding (navelomtrek ÷ lengte; <0,5 is gezond).
  • FoutVolwassen BMI-categorieën toepassen op kinderen of tieners.
    OplossingVoor 2-18 jaar verwijst de Nederlandse Jeugdgezondheidszorg naar leeftijds- en geslachtsspecifieke groeicurves van TNO en de iso-BMI-grenzen van Cole et al. -- een kind van 10 jaar met BMI 21 heeft al overgewicht, terwijl dezelfde waarde bij een volwassene gezond is.
  • FoutBMI berekenen tijdens de zwangerschap.
    OplossingBMI is niet geldig tijdens zwangerschap. Gebruik je pre-zwangerschap-BMI om de aanbevolen gewichtstoename te bepalen volgens de richtlijnen van het Nederlands Voedingscentrum en de verloskundige.

Veelgestelde vragen

Wat zijn de officiële BMI-grenzen volgens het RIVM en Voedingscentrum?

Het Voedingscentrum en RIVM hanteren voor volwassenen de WHO-standaardgrenzen: BMI onder 18,5 = ondergewicht, 18,5 tot 25 = gezond gewicht, 25 tot 30 = overgewicht, en 30 of hoger = obesitas. Voor Hindoestaans-Nederlandse en Aziatische groepen wordt al vanaf BMI 23 verhoogde alertheid geadviseerd vanwege een hoger cardiometabool risico bij lagere waarden. Voor 70-plussers verschuift de gezonde band naar circa 22-28 om beschermend gewicht tegen spierverlies te behouden.

Waarom is mijn navelomtrek belangrijker dan mijn BMI?

Het RIVM en Voedingscentrum benadrukken dat de navelomtrek (buikomtrek) een sterkere voorspeller is van cardiometabool risico dan BMI alleen, omdat buikvet (visceraal vet) actiever bijdraagt aan insulineresistentie en hart- en vaatziekten dan vet elders. De Nederlandse drempels: mannen boven 102 cm en vrouwen boven 88 cm hebben verhoogd risico. Iemand met een normale BMI maar te grote navelomtrek (soms 'TOFI' genoemd) loopt nog steeds verhoogd risico -- en omgekeerd kan een sporter met BMI 27 maar normale navelomtrek volkomen gezond zijn.

Geldt de BMI-norm ook voor ouderen?

Niet helemaal. Voor volwassenen tot 70 jaar gelden de standaardgrenzen van het Voedingscentrum (18,5-25 gezond). Voor 70-plussers ligt de gezonde band volgens diverse Nederlandse en internationale onderzoeken iets hoger, ongeveer 22-28. Een licht verhoogd gewicht beschermt op hogere leeftijd tegen sarcopenie (spierverlies), osteoporose en hersteltijd na ziekte. Bespreek je individuele streefwaarde met de huisarts, geriater of diëtist, vooral als je onbedoeld bent afgevallen.

Hoe wordt BMI bij kinderen berekend in Nederland?

Voor kinderen en tieners (2-18 jaar) gebruikt de Nederlandse Jeugdgezondheidszorg geen vaste volwassen BMI-grenzen, maar leeftijds- en geslachtsspecifieke percentielcurves van TNO en de internationale iso-BMI-grenzen (Cole-grenzen). Een 10-jarig kind met BMI 21 valt al in overgewicht, terwijl een volwassene met dezelfde waarde gezond is. De JGZ-arts of consultatiebureau-arts beoordeelt het BMI-percentiel ten opzichte van leeftijdgenoten. Gebruik deze calculator daarom niet voor kinderen onder de 18 -- raadpleeg de jeugdgezondheidszorg of een kinderarts.

Hoe nauwkeurig is BMI als gezondheidsindicator?

BMI is een nuttige screening maar geen diagnose, zo benadrukt het Voedingscentrum expliciet. Het correleert met lichaamsvet voor de meeste mensen, maar houdt geen rekening met spiermassa, botdichtheid, leeftijd, geslacht, etniciteit of vetverdeling. Gebruik BMI als één van meerdere indicatoren naast navelomtrek, bloeddruk, nuchtere glucose, lipidenprofiel en je algemene leefstijl. Het RIVM gebruikt BMI vooral voor bevolkingsbreed onderzoek (CBS-Gezondheidsenquête), niet voor individuele diagnose.

Hoe weeg ik mezelf voor het meest betrouwbare BMI-resultaat?

Het Voedingscentrum adviseert: weeg jezelf 's ochtends na toiletbezoek, vóór het ontbijt en met minimale kleding. Gebruik elke keer dezelfde weegschaal en bij voorkeur op dezelfde dag van de week. Je gewicht schommelt 0,5-2 kg per dag door voeding, vocht en afvalstoffen. Voor de hoogtemeting sta je rechtop tegen een muur zonder schoenen, met de hielen tegen de muur en de kin horizontaal.

Hebben mannen en vrouwen verschillende BMI-grenzen?

Nee, het Voedingscentrum en de WHO hanteren dezelfde BMI-formule en categorieën voor volwassen mannen en vrouwen. Vrouwen hebben echter van nature een hoger vetpercentage dan mannen bij dezelfde BMI, en de navelomtrek-grens verschilt wel: mannen >102 cm = verhoogd risico, vrouwen >88 cm = verhoogd risico. Voor de BMI zelf geldt dus één tabel voor beide geslachten.

Wat is het verschil tussen BMI en vetpercentage?

BMI wordt alleen berekend uit lengte en gewicht. Vetpercentage meet direct hoeveel van je lichaam vet is versus vetvrije massa (spier, bot, water). Vetpercentage is nauwkeuriger maar vereist speciale apparatuur: huidplooimetingen door een sportdiëtist, bio-impedantie (BIA) via een slimme weegschaal, of een DEXA-scan via een sportarts. BMI is een snelle, gratis schatting die overal werkt; vetpercentage geeft een vollediger beeld bij sporters of mensen met afwijkende lichaamssamenstelling.

Wanneer kom ik in aanmerking voor de Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI)?

De GLI is een tweejarig leefstijlprogramma dat sinds 2019 vergoed wordt vanuit de basisverzekering (zonder eigen risico). Je komt er voor in aanmerking bij een BMI ≥ 25 met co-morbiditeit (zoals diabetes type 2, hart- en vaatziekten) of bij een BMI ≥ 30 zonder co-morbiditeit. De huisarts verwijst je naar een erkende leefstijlcoach. Het Partnerschap Overgewicht Nederland (PON) coördineert de richtlijnen en kwaliteitseisen. Deze BMI-calculator geeft je een eerste indicatie -- de huisarts bepaalt of een GLI passend is.

Hoe vaak moet ik mijn BMI controleren?

Voor algemene gezondheidsmonitoring is jaarlijks of bij een huisartsbezoek voldoende. Tijdens een gewichtsbeheertraject of GLI-programma is maandelijks meten gangbaar, met wekelijkse weging op een vaste dag voor wie dat motiverend vindt. Het Voedingscentrum waarschuwt voor te frequent wegen omdat dagelijkse schommelingen van 0,5-2 kg ruis veroorzaken. Trends over weken en maanden zijn betekenisvol; dag-tot-dag verschillen niet.

Bronnen

Methodologie

Deze calculator past de standaard Quetelet-formule toe. In metrieke eenheden: BMI = gewicht (kg) ÷ lengte (m)²; in imperiale eenheden: BMI = (gewicht (lb) × 703) ÷ lengte (in)². Resultaten worden ingedeeld in de Voedingscentrum/RIVM/WHO-banden voor volwassenen (Ondergewicht <18,5; Gezond gewicht 18,5-25; Overgewicht 25-30; Obesitas ≥30, met klinische sub-klassen I, II en III). Het Gezonde Gewichtsbereik wordt afgeleid uit je lengte door de formule om te keren voor BMI = 18,5 en BMI = 25; BMI Prime is de verhouding van je BMI tot 25. BMI is een screeningsinstrument, geen diagnose, en is niet geldig tijdens zwangerschap of voor kinderen -- voor 2-18 jaar verwijst de Nederlandse Jeugdgezondheidszorg naar TNO-groeicurves en de iso-BMI-grenzen van Cole et al. Voor Hindoestaans-Nederlandse en Aziatische volwassenen adviseert het RIVM verhoogde alertheid vanaf BMI 23. Combineer altijd met een navelomtrekmeting (mannen >102 cm, vrouwen >88 cm = verhoogd risico) voor een completer beeld.

Handige Tips

  • Sla deze calculator op als bladwijzer voor snelle toegang
  • Gebruik de deelknop om je resultaten te versturen
  • Probeer verschillende scenario's om resultaten te vergelijken
  • Bekijk onze gerelateerde calculators voor meer informatie

Vind je deze calculator handig? Deel hem:

Sluit deze calculator in