ADVERTISEMENT

Mobile Banner
320×100

Intern Rendement (IRR) Calculator

Bereken de discontovoet die de NCW gelijk maakt aan nul voor je investering

IRR Concept

IRR Definitie
Formule laden...
NCW bij IRR
Formule laden...
Beslisregel
Formule laden...
%
Kasstroom Jaar

Wat is het Interne Rendement (IRR)?

Het Interne Rendement -- in het Nederlands ook wel de interne rentabiliteit of interne opbrengstvoet genoemd -- is de discontovoet die de netto contante waarde (NCW) van alle kasstromen van een investering gelijk maakt aan nul. Anders gezegd: het is het verwachte samengestelde jaarrendement dat een investering oplevert wanneer alle in- en uitgaande kasstromen tegen die voet contant worden gemaakt.

IRR is de standaardmaatstaf bij investeringsanalyse in het MKB, bij vastgoedbeleggingen en bij private equity. Je vergelijkt de IRR met je vereiste rendement (hurdle rate), doorgaans de gewogen gemiddelde vermogenskosten of WACC. Als de IRR boven de hurdle rate ligt, voegt het project waarde toe; ligt de IRR eronder, dan vernietigt het waarde.

Een groot voordeel van IRR is dat het een dimensieloos percentage oplevert dat zich makkelijk laat vergelijken met andere beleggingen. Tegelijk kent de maatstaf bekende valkuilen -- de herinvesteringsaanname, het probleem van meerdere wortels bij wisselende tekens en de schaalblindheid -- die in veel leerboeken en in de Damodaran corporate-finance-collegestof uitgebreid worden behandeld.

De IRR-formule: NCW = 0 oplossen

De IRR wordt impliciet gedefinieerd door de vergelijking 0 = Σ CF_t / (1+IRR)^t voor t = 0..n, waarbij CF_0 de negatieve initiële investering is en CF_t voor t ≥ 1 de netto kasstroom in jaar t. Er bestaat geen gesloten oplossing voor n > 4, dus de calculator zoekt de IRR numeriek door de discontovoet te vinden waarbij de NCW precies nul wordt.

Bisectie is robuust en geschikt voor alle conventionele kasstroomreeksen. Newton-Raphson is sneller (gebruikt in Excel en Google Sheets onder de motorkap), maar kan divergeren bij onhandige startwaarden. Deze calculator gebruikt bisectie tussen -99% en +1000% met een tolerantie van 0,0001, vergelijkbaar met de implementatie in financiële rekenmachines en de meeste open-source bibliotheken.

IRR versus MIRR: wanneer kies je welke?

Modified IRR (MIRR) is een variant die de bekende herinvesteringsaanname van de gewone IRR omzeilt. In plaats van aan te nemen dat tussentijdse kasstromen tegen de IRR zelf worden herbelegd, gebruikt MIRR een expliciete herinvesteringsvoet (meestal je WACC) en een financieringsvoet voor uitgaande kasstromen.

Voor projecten in Nederland met hoge dubbele-cijfer IRR's -- denk aan een MKB-investering met een geprojecteerde IRR van 30% terwijl je financiering 5% kost -- is MIRR realistischer. De gewone IRR-projectie suggereert dat alle tussentijdse winsten ook 30% blijven opleveren, wat in de praktijk vrijwel nooit het geval is. MIRR met een herinvestering van 5-7% (gangbaar voor Nederlandse spaar- en obligatieproducten) levert dan een veel conservatiever cijfer.

Hurdle rate bepalen met de WACC

De hurdle rate is het minimumrendement dat een investering moet behalen om aantrekkelijk te zijn. Voor Nederlandse ondernemingen begint die meestal bij de WACC -- de gewogen gemiddelde kapitaalkosten van vreemd en eigen vermogen, na belasting.

Een MKB'er in Eindhoven met 60% bankfinanciering tegen 5% rente (na vennootschapsbelasting circa 3,8%) en 40% eigen vermogen tegen een verwachte 10% kost-van-eigen-vermogen heeft een WACC van circa 6,3%. Daarbovenop kun je een projectspecifieke risicopremie tellen: 2-3 procentpunten extra voor nieuwe markten, 1-2 punten extra voor onbekende technologie, of een korting van 1-2 punten voor besparingsprojecten met laag risico. Voor groene investeringen kun je daarnaast RVO-subsidies (EIA, MIA, Vamil) meenemen om de netto investering te verlagen -- dat verhoogt de effectieve IRR aanzienlijk.

Vastgoed-IRR voor Nederlandse beleggingspanden

Bij beleggingspanden in Nederland is IRR de gangbare maatstaf om huurinkomsten, onderhoudskosten, mutatieverlies, leegstand en de uiteindelijke verkoopopbrengst in één getal te vangen. Een typisch beleggingspand in Utrecht of Rotterdam wordt onderschreven op een IRR-doel van 7-10% nominaal voor core-vastgoed en 12-18% voor value-add projecten met renovatie.

Reken expliciet met de verhuurderslasten: onroerendezaakbelasting (OZB), waterschapsbelasting, eigenaarsdeel, verzekering, beheer (typisch 5-8% van de huur) en een onderhoudsreserve van 1-2% van de WOZ-waarde per jaar. Voeg in het laatste jaar de geschatte verkoopopbrengst toe na aftrek van overdrachtskosten -- voor beleggingsvastgoed geldt sinds 2026 een overdrachtsbelasting van 10,4%. Inkomsten uit verhuur vallen voor particuliere beleggers in box 3 (forfaitair rendement op het pand), en vanaf 2027 mogelijk onder 'Werkelijk Rendement' -- het werkelijke huur- en koerseffect.

IRR Benchmarks per Investeringstype

Acceptabele IRR's variëren aanzienlijk per investeringstype, risiconiveau en marktomstandigheden.

InvesteringstypeTypisch IRR BereikRisiconiveauOpmerkingen
Nederlandse Staatsobligaties (DSL) 3-4% Zeer Laag Risicovrije basislijn (DSTA)
Bedrijfsobligaties (Investment Grade) 4-6% Laag Kredietrisicopremie
Wereldwijde Aandelenindex 7-9% Gemiddeld Langjarig gemiddelde in euro's
Core Vastgoed (Beleggingspand) 7-10% Gemiddeld Huur + waardestijging
Value-Add Vastgoed 12-18% Gemiddeld-Hoog Renovatie + verhuur
Private Equity (Buyout) 15-25% Hoog Illiquiditeitspremie
Venture Capital 25-40% Zeer Hoog Meeste investeringen falen

Beperkingen van IRR

🔄

Herinvesteringsaanname

IRR gaat ervan uit dat tussentijdse kasstromen worden herbelegd tegen de IRR zelf. Bij een IRR van 35% is dat zelden realistisch. MIRR met een aparte herinvesteringsvoet (bijv. WACC) levert een verdedigbaarder cijfer.

📉

Meerdere IRR's

Projecten met afwisselend positieve en negatieve kasstromen -- bijvoorbeeld een fabrieksinstallatie met latere ontmantelingskosten -- kunnen meerdere wiskundige IRR's of geen reële IRR opleveren. Switch naar NCW bij dergelijke projecten.

⚖️

Schaalblindheid

IRR negeert projectomvang. 50% rendement op € 10.000 levert minder absolute waarde op dan 20% op € 1 miljoen. Bij onderling uitsluitende keuzes rangschik je op NCW, niet op IRR.

Timingvertekening

IRR bevoordeelt korte snelle projecten boven langere projecten die meer totale waarde creëren. Combineer altijd IRR met NCW en de Vuistregel-72 voor verdubbelingstijd.

Hoe gebruik je deze IRR calculator

  1. Vul de Initiële Investering in -- het bedrag in euro's dat je in jaar 0 nodig hebt om het project te starten. Voer een positief getal in; de calculator registreert het automatisch als de uitgaande kasstroom op t = 0.
  2. Vul een Hurdle Rate (%) in -- je vermogenskosten of vereist rendement. Voor een Nederlandse MKB'er ligt dit doorgaans op de WACC plus een risicopremie (typisch 6-12%). Laat de standaard 10% staan als je nog geen vaste benchmark hebt.
  3. Vul Kasstroom Jaar 1 tot en met Jaar 5 in met de netto kasstroom (na belasting) die je elk jaar verwacht te ontvangen. Gebruik positieve getallen voor inkomsten en negatieve getallen voor jaren waarin het project nog cash verbruikt (bijvoorbeeld extra investeringen of renovatie).
  4. Klik op + Jaar Toevoegen om de projectie verder uit te breiden -- handig voor langere vastgoedhouds (10-15 jaar), pensioenproducten of meerjarige R&D-projecten. Gebruik × om een toegevoegd jaar te verwijderen.
  5. Klik op Bereken IRR. De calculator itereert numeriek (bisectie tussen -99% en +1000%) op de discontovoet die NCW = 0 oplevert en toont de IRR, totale investering, totale opbrengsten, netto winst en een Accepteren/Verwerpen-beslissing op basis van je hurdle rate. Reset start een nieuw scenario.

Voorbeelden

MKB-investering: € 100.000 in productiemachine, € 30.000 per jaar over 5 jaar

Een familiebedrijf in Brabant overweegt een CNC-machine van € 100.000. De boekhouder verwacht € 30.000 netto kasstroom per jaar gedurende vijf jaar (na onderhoud en energie), zonder restwaarde. De WACC van het bedrijf ligt op 8% en er wordt een hurdle rate van 10% gehanteerd voor uitbreidingsinvesteringen.

ResultaatIRR is circa 15,24%. Totale investering € 100.000, totale opbrengsten € 150.000, netto winst € 50.000. Beslissing: Accepteren omdat de IRR de 10% hurdle rate overschrijdt.

De calculator zoekt de voet r waarbij -100.000 + Σ 30.000 / (1+r)^t (t = 1..5) precies nul wordt. Bij r = 10% is NCW positief (circa € 13.724), bij r = 20% negatief; bisectie convergeert op circa 15,24%. De 5,24-punts marge boven de hurdle geeft buffer voor tegenvallers. Onder de RVO-regeling kan deze investering bovendien in aanmerking komen voor de Energie-investeringsaftrek (EIA) of Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), wat de effectieve IRR verder verhoogt.

Beleggingspand Utrecht: € 350.000 aankoop, jaarlijkse huur en verkoop in jaar 10

Een particuliere belegger koopt een appartement van € 350.000 in Utrecht (inclusief overdrachtsbelasting van 10,4% voor beleggingsvastgoed en notariskosten). Verwachte netto jaarhuur is € 14.000 (na OZB, beheer, onderhoudsreserve en mutatieverlies). In jaar 10 wordt het pand verkocht voor € 525.000 bruto, circa € 472.500 netto na verkoopkosten. Hurdle rate is 7%.

ResultaatMet alleen huurkasstromen over 5 jaar (zonder verkoopopbrengst in deze versimpelde inputreeks) toont de calculator een sterk negatieve IRR. Voeg via + Jaar Toevoegen de jaren 6-10 toe en zet in jaar 10 € 14.000 + € 472.500 = € 486.500 voor de huur plus verkoopopbrengst. De IRR komt dan uit op circa 7,3%, net boven de hurdle.

De vastgoed-IRR combineert lopende huurkasstromen met de eindwaarde van het pand. Bij Nederlandse beleggingspanden moet je vóór de berekening expliciet rekening houden met box 3-heffing (forfaitair rendement op de WOZ-waarde, vanaf 2027 mogelijk 'Werkelijk Rendement'), erfpacht of VvE-bijdragen, en mutatieleegstand van 1-2 maanden per huurderswisseling. Voor MIRR met een herinvesteringsvoet van 4% (de Nederlandse spaarrente) ligt het cijfer doorgaans 1-2 punten lager dan de standaard IRR -- realistischer voor langjarige vergelijking.

Het multiple-IRR-probleem: mijnbouw met ontmantelingskosten

Een Nederlands consortium ontwikkelt een tijdelijk grondstoffenproject dat € 4.000 voorinvestering vraagt, € 25.000 inkomsten oplevert in jaar 1, en in jaar 2 € 25.000 aan verplichte ontmantelings- en saneringskosten vergt. De kasstroomreeks heeft twee tekenwisselingen, dus volgens de tekenregel van Descartes kunnen er maximaal twee reële IRR's bestaan.

ResultaatTwee wiskundige IRR's voldoen aan NCW = 0 -- circa 25% en circa 400%. Bisectie geeft één wortel, maar geen van beide IRR's alleen vertelt of je het project moet accepteren. Totale investering € 4.000, totale instromen € 25.000, totale uitstromen € 29.000, netto cashpositie -€ 4.000.

Los -4.000 + 25.000/(1+r) - 25.000/(1+r)² = 0 op door de kwadratische vergelijking in x = 1/(1+r) te schrijven. De twee wortels vertalen naar r ≈ 0,25 en r ≈ 4,00. Bij wisselende tekens moet je terugvallen op NCW bij je werkelijke vermogenskosten of MIRR berekenen met expliciete financierings- en herinvesteringsvoet. Bij een vermogenskostenvoet van 10% is de NCW hier negatief, dus het project zou worden verworpen -- ondanks dat één van de IRR's aantrekkelijk lijkt.

Hoe het werkt

IRR wordt impliciet gedefinieerd als de discontovoet die voldoet aan 0 = Σ CF_t / (1+IRR)^t (t = 0..n), met CF_0 de negatieve initiële investering en CF_t voor t ≥ 1 de netto kasstroom in jaar t. Er bestaat geen gesloten formule voor n > 4, dus calculators zoeken de IRR numeriek door de voet te vinden die de NCW naar nul drijft.

Onder de motorkap controleert de calculator eerst of er minstens één tekenwisseling in de kasstroomreeks zit (een noodzakelijke voorwaarde voor een reële IRR) en past dan bisectie toe tussen -99% en +1000%. Elke iteratie berekent de NCW bij het middelpunt en versmalt de bracket richting de zijde waar NCW van teken wisselt, totdat NCW binnen de tolerantie van 0,0001 valt of de grenzen samenvallen. Newton-Raphson en de secansmethode zijn sneller (en worden in Excel/Sheets gebruikt), maar bisectie is robuust tegen discontinuïteiten en convergeert altijd zolang er een wortel in de bracket ligt.

Zodra de IRR is gevonden, is de beslisregel mechanisch: accepteren als IRR > hurdle rate, verwerpen als IRR < hurdle rate, marginaal als ze binnen 0,01% van elkaar liggen. De hurdle rate hoort gelijk te zijn aan je gewogen gemiddelde vermogenskosten (WACC) plus een projectspecifieke risicopremie -- een te lage hurdle keurt waarde-vernietigende projecten goed, een te hoge hurdle wijst acceptabele projecten af.

Wanneer gebruik je deze calculator

  • MKB-investeringen screenen op conventionele kasstromen. Bij een eenmalige uitgaande investering gevolgd door positieve jaarlijkse kasstromen is IRR scherp gedefinieerd en intuïtief -- een percentage dat je direct vergelijkt met je vermogenskosten. Gebruik de calculator voor een snelle Accepteren/Verwerpen-check voordat je een uitgebreid financieel model opzet. Voor Nederlandse MKB'ers is dit ideaal bij apparatuuraankoop, productuitbreidingen of automatiseringsprojecten.
  • Vastgoed-IRR berekenen voor beleggingspanden. Nederlandse beleggingspanden in steden als Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Eindhoven worden routinematig onderschreven op IRR-doelen tussen 7-10% (core) en 12-18% (value-add). Voeg meerjarige huurstromen en de geprojecteerde verkoopopbrengst in het laatste jaar toe -- vergeet niet om box 3-heffing, OZB, beheerkosten en onderhoudsreserve in de netto huur te verwerken voordat je inputreeks compleet is.
  • Groene investeringen met RVO-subsidies modelleren. Voor energiebesparende of duurzame investeringen kun je via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) gebruikmaken van EIA, MIA of Vamil. Deze regelingen verlagen de effectieve investering of versnellen de afschrijving en kunnen de IRR met 1-3 procentpunten verhogen. Voer de netto investering na subsidie in als Initiële Investering om het effect op IRR direct te zien.
  • Benchmarken tegen een sectorspecifieke hurdle. Investeringscommissies werken vaker met IRR dan met NCW omdat percentages zich makkelijker laten vergelijken tussen dealomvang en jaargangen. Gebruik de calculator om een prognose-kasstroomreeks om te zetten in het IRR-cijfer dat je beleggers, raad van commissarissen of kredietcomité herkennen -- vergelijk met sectorbenchmarks van Damodaran of de CBS-sectorrendementen.
  • Resultaten communiceren naar niet-technische belanghebbenden. Een IRR van 22% is voor de meeste mensen concreter dan 'NCW van € 4,7 miljoen bij een 12% discontovoet'. Gebruik IRR wanneer je resultaten uitlegt aan ondernemers, family-office partners of operationele directeuren -- maar combineer in het achterliggende memo altijd met NCW zodat schaal niet verloren gaat.

Veelgemaakte fouten

  • FoutDe herinvesteringsaanname van IRR onderschatten.
    OplossingDe gewone IRR neemt aan dat tussentijdse kasstromen worden herbelegd tegen de IRR zelf. Voor een project met 35% IRR is dat zelden realistisch -- de gangbare herinvesteringsmogelijkheid in Nederland is eerder een spaarrente of obligatierente van 3-5%. Bereken MIRR met een financieringsvoet en een aparte herinvesteringsvoet gelijk aan je WACC voor een verdedigbaarder cijfer.
  • FoutHet project met de hoogste IRR kiezen bij onderling uitsluitende opties.
    OplossingIRR negeert schaal. Een IRR van 40% op een € 50.000-project levert minder absolute waarde op dan een IRR van 20% op een € 5 miljoen-project. Bij onderling uitsluitende keuzes -- bijvoorbeeld bij een keuze tussen twee bedrijfslocaties -- rangschik je op NCW bij je vermogenskosten, niet op IRR.
  • FoutEén IRR rapporteren bij niet-conventionele kasstromen.
    OplossingElke tekenwisseling in de kasstroomreeks kan een extra reële IRR introduceren. Heeft je project tussentijdse renovatie, sanering of een earn-out? Controleer NCW bij meerdere discontovoeten of gebruik MIRR -- vertrouw niet blind op de eerste wortel die de solver oplevert.
  • FoutIRR's van projecten met verschillende horizonten naast elkaar zetten.
    OplossingEen 5-jaars project met 25% IRR en een 10-jaars project met 18% IRR zijn niet direct vergelijkbaar. Modelleer ze over dezelfde horizon (met realistische herinvestering van het kortere project) of rangschik op NCW, die horizon-verschillen al verwerkt.
  • FoutBox 3-heffing en transactiekosten vergeten in de netto kasstroom.
    OplossingBij Nederlandse particuliere beleggers in vastgoed of effecten moet je box 3-heffing aftrekken vóórdat je de kasstroom invoert -- anders overschat je de IRR. Voor beleggingsvastgoed: overdrachtsbelasting van 10,4% (sinds 2026) hoort in de Initiële Investering, niet als aparte post. Voor ETF's en aandelen: trek het forfaitaire rendement op het saldo op 1 januari af van je netto rendement, of wacht op het stelsel 'Werkelijk Rendement' (gepland 2027) voor exactere cijfers.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen IRR en NCW?

NCW (netto contante waarde) is de huidige eurowaarde die een project toevoegt bij je gekozen discontovoet; IRR is de discontovoet waarbij NCW precies nul zou zijn. NCW vereist dat je een vermogenskostenvoet vastlegt en levert een schaalbaar eurobedrag op; IRR is dimensieloos en makkelijker te vergelijken tussen deals, maar misleidend bij onderling uitsluitende projecten, verschillende schalen en niet-conventionele kasstromen. Als beide methoden anders rangschikken, volg dan NCW.

Is een hogere IRR altijd beter?

Niet voor het rangschikken van projecten. IRR negeert schaal: 60% rendement op € 20.000 levert minder absolute waarde dan 22% op € 5 miljoen. IRR neemt bovendien impliciet aan dat tussentijdse kasstromen tegen de IRR zelf worden herbelegd -- bij dubbele-cijfer IRR's zelden realistisch. Voor onafhankelijke projecten is 'hogere IRR > hurdle' een prima signaal; voor keuzes tussen concurrerende projecten gebruik je NCW of MIRR met een realistische herinvesteringsvoet.

Wat is MIRR en wanneer kies ik die?

Modified IRR (MIRR) berekent het rendement door positieve kasstromen vooruit te kapitaliseren tegen een expliciete herinvesteringsvoet (meestal je WACC of de Nederlandse spaarrente) en negatieve kasstromen terug te disconteren tegen een financieringsvoet. Het resultaat is één goed-gedefinieerd rendement, ook als de gewone IRR meerdere wortels heeft of onrealistische herinvestering veronderstelt. Gebruik MIRR bij niet-conventionele kasstromen, bij zeer hoge IRR's die je in de praktijk nooit als herinvestering vindt, of bij lange-horizon vergelijkingen.

Waarom heeft mijn project meerdere IRR's?

De tekenregel van Descartes stelt dat een kasstroomreeks met k tekenwisselingen tot k positieve reële IRR's kan hebben. Projecten met één voorinvestering en daarna alleen positieve stromen hebben hoogstens één IRR. Projecten met tussentijdse capex, ontmantelingskosten of earn-outs hebben vaak twee tekenwisselingen en kunnen twee geldige IRR-oplossingen produceren. In die gevallen vertelt geen van beide IRR's het volledige verhaal -- schakel over op NCW bij je vermogenskosten of gebruik MIRR.

Hoe bereken ik de IRR voor een Nederlands beleggingspand?

Voer de netto investering in als Initiële Investering (aankoopprijs + overdrachtsbelasting 10,4% voor beleggingsvastgoed + notariskosten + eventuele renovatie in jaar 0). Voer per jaar de netto huur in (bruto huur minus OZB, beheer, onderhoudsreserve, mutatieleegstand en box 3-heffing). In het verkoopjaar tel je de netto verkoopopbrengst (verkoopprijs minus makelaarskosten en aflossing financiering) bij de huur van dat jaar op. Een Utrechts core-pand komt typisch uit op een IRR van 7-10%; value-add met renovatie 12-18%. Vergelijk met je WACC of vereiste rendement na correctie voor box 3.

Hoe kies ik een hurdle rate voor mijn MKB?

Begin met de WACC -- de gewogen gemiddelde kosten van vreemd (bankrente na vennootschapsbelasting) en eigen vermogen (verwacht rendement op aandelenkapitaal). Voor een typische Nederlandse MKB'er ligt de WACC tussen 6-10%. Tel een risicopremie van 2-5 procentpunten op voor projecten die risicovoller zijn dan je gemiddelde activiteit (nieuwe markten, onbewezen technologie) en trek 1-2 punten af voor laag-risico besparingsprojecten. Voor RVO-gesteunde groene investeringen kun je de subsidie eerst van de Initiële Investering aftrekken voordat je IRR berekent.

Kan IRR negatief zijn?

Ja. Een negatieve IRR betekent dat de kasstromen de initiële investering niet dekken, zelfs bij een discontovoet van nul -- het project verliest nominale euro's. De calculator kan voeten zo laag als circa -99% retourneren. Bij een negatieve IRR vernietigt het project waarde bij elke positieve vermogenskostenvoet en hoort het te worden verworpen, tenzij er kwantificeerbare niet-financiële strategische redenen zijn.

Is IRR hetzelfde als CAGR?

Alleen in het speciale geval van twee kasstromen: één uitgaande op t = 0 en één inkomende op t = n. Dan geldt IRR = CAGR = (Eindwaarde / Beginwaarde)^(1/n) - 1. Zodra je tussentijdse kasstromen toevoegt, wijkt IRR af van CAGR omdat het elke kasstroom weegt met zijn discontofactor. CAGR is geschikt voor een buy-and-hold-positie met één verkoop; IRR voor elke meerjarige kasstroomreeks daartussen.

Hoe lost de calculator de IRR op?

Met bisectie. De solver start met een voet-bracket van -99% tot +1000%, evalueert NCW bij het middelpunt, versmalt de bracket richting de zijde waar NCW van teken wisselt en herhaalt tot 1000 iteraties totdat NCW binnen een tolerantie van 0,0001 valt. Bisectie is langzamer dan Newton-Raphson maar robuust -- het convergeert zolang er een reële IRR in de bracket bestaat, ongeacht de vorm van de NCW-curve.

Welke RVO-regelingen verhogen mijn IRR op groene investeringen?

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) beheert onder andere de Energie-investeringsaftrek (EIA, circa 40% extra aftrek), Milieu-investeringsaftrek (MIA, tot 45%) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil, vrije afschrijving). Voor zonnepanelen, warmtepompen, isolatie en duurzame machines verlagen deze regelingen je effectieve investering of versnellen de afschrijving -- wat de IRR vaak met 1-3 procentpunten verhoogt. Trek de subsidie van de Initiële Investering af of modelleer de aftrek als positieve kasstroom in jaar 1.

Bronnen

Methodologie

Deze calculator lost de impliciete IRR-vergelijking 0 = Σ CF_t / (1+IRR)^t (t = 0..n) op voor de discontovoet die NCW naar nul drijft. CF_0 is de negatieve waarde van de door de gebruiker ingevoerde Initiële Investering; CF_t voor t ≥ 1 is de ingevoerde jaarlijkse kasstroom (positief voor inkomsten, negatief voor extra uitgaven). De solver controleert eerst op minstens één tekenwisseling in de kasstroomreeks -- een noodzakelijke voorwaarde voor een reële IRR -- en bisectieert vervolgens de voet tussen -99% en +1000% totdat NCW binnen een tolerantie van 0,0001 valt of de bracket samenvalt, met een maximum van 1000 iteraties. De Beslissing vergelijkt de IRR met de door de gebruiker opgegeven Hurdle Rate: Accepteren als IRR boven de hurdle ligt, Verwerpen als IRR eronder ligt, Marginaal als beide binnen 0,01% liggen. Bij projecten met meerdere tekenwisselingen is de getoonde IRR één wortel van een vergelijking die er meer kan hebben; combineer het resultaat met een NCW-check bij je vermogenskosten of bereken MIRR voor een uniek, verdedigbaar cijfer. Voor Nederlandse beleggers: corrigeer de netto kasstroom voor box 3-heffing (forfaitair rendement, vanaf 2027 mogelijk 'Werkelijk Rendement'), OCF, transactiekosten en -- bij beleggingsvastgoed -- de overdrachtsbelasting van 10,4% in jaar 0.

Handige Tips

  • Sla deze calculator op als bladwijzer voor snelle toegang
  • Gebruik de deelknop om je resultaten te versturen
  • Probeer verschillende scenario's om resultaten te vergelijken
  • Bekijk onze gerelateerde calculators voor meer informatie

Vind je deze calculator handig? Deel hem: