Bedrijfspand: lineair tot de bodemwaarde
Een ZZP'er in Utrecht koopt in 2026 een bedrijfspand voor EUR 600.000 (exclusief grond) met een geschatte restwaarde van EUR 450.000 — de WOZ-bodemwaarde van het pand volgens art. 3.30a Wet IB 2001. De gebruiksduur is gesteld op 30 jaar en er wordt lineair afgeschreven, conform de hoofdregel voor gebouwen in eigen gebruik.
ResultaatAfschrijfbaar bedrag EUR 150.000. Jaarlijkse afschrijving EUR 5.000 gedurende 30 jaar. Eindboekwaarde EUR 450.000, gelijk aan de WOZ-bodemwaarde — verder afschrijven is fiscaal niet toegestaan.
De calculator trekt de restwaarde van EUR 450.000 af van de aanschafwaarde van EUR 600.000, wat een afschrijfbaar bedrag van EUR 150.000 oplevert, en deelt dat door 30 jaar: EUR 150.000 / 30 = EUR 5.000 per jaar. Voor gebouwen in eigen gebruik begrenst art. 3.30a Wet IB 2001 (sinds 2024) de afschrijving op de WOZ-waarde; daaronder mag fiscaal niet verder worden afgeschreven. Voor verhuurde panden geldt dezelfde bodemwaarde sinds de wijziging in 2019. Commercieel onder RJ 212 mag je tot een eventueel lagere bedrijfseconomische restwaarde gaan, maar dat creeert dan een tijdelijk verschil dat in de jaarrekening wordt verwerkt als latente belasting.