Wat is loonheffingskorting en moet ik het toepassen?
Loonheffingskorting is een verzamelterm voor de algemene heffingskorting en arbeidskorting die je werkgever automatisch op je brutoloon in mindering brengt voordat loonheffing wordt berekend. Heb je één werkgever, dan past die de korting altijd toe. Heb je meerdere werkgevers, dan kies je er één - meestal degene waar je het meest verdient. Bij de andere werkgever(s) zet je de korting uit, anders krijg je een naheffing van de Belastingdienst. Geef wijzigingen door via een nieuw 'Model Opgaaf gegevens voor de loonheffingen'.
Hoe werkt de arbeidskorting precies?
De arbeidskorting is een heffingskorting voor mensen met inkomen uit arbeid en kan in 2026 oplopen tot circa EUR 5.700. Tussen een bepaalde inkomensgrens stijgt de korting (opbouwfase), bereikt een maximum, en bouwt vervolgens af bij hogere inkomens (afbouwfase boven circa EUR 40.000). De werkgever past dit automatisch toe via de loontabellen als 'loonheffingskorting' aanstaat. Op belastingdienst.nl vind je de actuele bedragen en grenzen per kalenderjaar.
Wat is de Inkomensafhankelijke Combinatiekorting (IACK)?
De IACK is een extra heffingskorting voor werkende ouders met een kind onder 12 jaar, en kan in 2026 oplopen tot circa EUR 2.900 per jaar. Slechts één van beide partners mag de IACK claimen - typisch de minstverdienende partner. Geef het toepassen van de IACK door aan je werkgever via het 'Model Opgaaf gegevens voor de loonheffingen', anders krijg je het geld pas via de aangifte inkomstenbelasting terug.
Wie heeft recht op de 30%-regeling?
De 30%-regeling is voor werknemers die vanuit het buitenland zijn aangeworven (of binnen 16 van de 24 maanden voor indiensttreding op meer dan 150 km van de Nederlandse grens woonden) en over een specifieke deskundigheid beschikken die schaars is op de Nederlandse arbeidsmarkt. Het minimumloon is in 2026 circa EUR 46.000 belastbaar (lager voor jongeren onder 30 met master). De regeling loopt over maximaal 5 jaar en wordt vanaf 2027 stapsgewijs versoberd. Aanvraag verloopt via je werkgever bij de Belastingdienst.
Hoe wordt vakantiegeld berekend en belast?
Werkgevers zijn wettelijk verplicht 8% vakantiegeld op te bouwen over het brutoloon (basis vakantiegeld), doorgaans uitbetaald in mei. Op een brutoloon van EUR 45.000 levert dat EUR 3.600 bruto extra op. De Belastingdienst belast vakantiegeld tegen het bijzonder tarief, dat afgeleid is van je verwachte jaarinkomen - vaak rond 36-49%. Het is technisch geen extra belastingdruk maar een andere verrekenmethode; bij de jaarlijkse aangifte wordt het eventueel rechtgetrokken.
Wat is het verschil tussen Box 1, 2 en 3?
Box 1 belast inkomen uit werk en woning (salaris, winst uit eigen onderneming, hypotheekrenteaftrek) tegen een progressief tarief. Box 2 belast inkomen uit aanmerkelijk belang (≥5% aandeel in een BV) tegen 24,5%/33% in 2026. Box 3 belast inkomen uit sparen en beleggen via een forfaitair vermogensrendement - dit gaat naar verwachting in 2027 over op werkelijk rendement. Loon en pensioenopbouw vallen in Box 1; dit is wat de salaris calculator berekent.
Waarom betaal ik geen Wlz-premie als ik AOW heb?
Vanaf de AOW-leeftijd vervalt de AOW-premie (17,90%), waardoor het tarief in Schijf 1 daalt van circa 36,97% naar circa 19,07%. De Anw- en Wlz-premies blijf je wel betalen. Werkgevers gebruiken een aparte loontabel voor AOW-gerechtigden zodat dit correct wordt verrekend. Werk je door na de AOW-leeftijd, dan houd je dus structureel meer netto over - een belangrijke factor bij het overwegen van doorwerken.
Hoeveel WW-premie betaalt de werkgever?
De WW-premie wordt door de werkgever betaald, niet door de werknemer, en is sinds 2020 gedifferentieerd (lage premie voor vaste contracten, hoge premie voor flexibele contracten). Het verschil bedraagt circa 5 procentpunten en wordt geïnd door het UWV. Op je loonstrook zie je deze premie niet, maar het beïnvloedt wel je werkgever-totale-loonkosten - belangrijk om te weten bij salarisonderhandelingen of bij het vergelijken van vast versus flex.
Hoe controleer ik of mijn loonheffing klopt?
Vergelijk je loonstrook met de officiële loontabellen op belastingdienst.nl. De Belastingdienst publiceert witte (regulier) en groene (uitkeringen) tabellen, gedifferentieerd per loontijdvak (maand/week/4-weken). Een afwijking van enkele euro's is normaal door afronding, maar grote verschillen kunnen wijzen op verkeerde loonheffingskortinginstelling, een verlopen 30%-regeling, of een fout in de pensioengrondslag. Bij twijfel vraag je je werkgever om uitleg of consulteer je een belastingadviseur.
Wat is mijn nettoloon ongeveer bij modaal?
Modaal in 2026 ligt volgens CBS rond EUR 44.000-45.000 bruto per jaar. Bij toepassing van loonheffingskorting houdt een alleenstaande zonder pensioeninleg circa EUR 2.800 netto per maand over, plus circa EUR 3.500 vakantiegeld bruto in mei. Tweeverdieners en kostwinners hebben dezelfde brutotabel, maar via partnertoeslagen en toeslagen (zorgtoeslag, huurtoeslag) verschilt het besteedbaar inkomen aanzienlijk.
Tellen vakantiegeld en 13e maand mee voor mijn pensioenopbouw?
Dat hangt af van je pensioenregeling. Veel collectieve pensioenfondsen rekenen wél met een 'pensioengevend salaris' inclusief vakantiegeld en 13e maand, andere alleen met het reguliere maandsalaris. Controleer je Uniform Pensioenoverzicht (UPO) bij mijnpensioenoverzicht.nl of vraag het pensioenreglement op via HR. Voor expats onder de 30%-regeling geldt vaak dat alleen het belaste deel meetelt voor pensioenopbouw.
Waarom wijkt mijn werkelijke loonstrook af van deze calculator?
Werkelijke salarisadministratie gebruikt de Belastingdienst-loontabellen die per loontijdvak werken en jaarlijks worden bijgewerkt. Deze calculator hanteert vereenvoudigde berekeningen voor planning. Afwijkingen kunnen ook ontstaan door bijzondere situaties: 30%-regeling, AOW-leeftijd, niet-volledige loonperiode, levensloopregeling, fietsregeling, vakbondscontributie, of een cao-specifieke toeslag. Behandel de uitvoer als planningsschatting binnen circa 5-10% van je werkelijke nettoloon.