Wat is een logaritme?
Een logaritme beantwoordt de vraag: 'Tot welke macht moet ik de basis verheffen om dit getal te krijgen?' Als log_2(8) = 3, dan betekent dat 2^3 = 8. De logaritme is dus de inverse van machtsverheffen, net zoals delen de inverse is van vermenigvuldigen.
In het Nederlandse wiskundeonderwijs (HAVO en VWO, wiskunde B) wordt de logaritme behandeld in de bovenbouw, samen met de exponentiele functie. Op grafische rekenmachines staat de toets 'log' standaard voor log_10 en 'ln' voor de natuurlijke logaritme met basis e.
Logaritmen zetten vermenigvuldiging om in optelling. Dat is de reden dat ze historisch belangrijk waren voor astronomie en navigatie, en waarom ze vandaag nog steeds opduiken in de pH-schaal (scheikunde), de decibelschaal (geluid) en de schaal van Richter (seismologie).
Logaritmische rekenregels
De drie kernregels uit de HAVO/VWO-syllabus wiskunde B vereenvoudigen logaritmische uitdrukkingen tot een vorm die je met de hand of met de rekenmachine kunt verwerken:
| Regel | Formule | Voorbeeld | Resultaat |
|---|
| Productregel | log_b(xy) = log_b(x) + log_b(y) | log_10(2 · 5) | log_10(10) = 1 |
| Quotientregel | log_b(x/y) = log_b(x) - log_b(y) | log_10(100/10) | 2 - 1 = 1 |
| Machtsregel | log_b(x^n) = n · log_b(x) | log_10(10^2) | 2 · 1 = 2 |
| Wortelregel | log_b(√x) = log_b(x) / 2 | log_10(√100) | 2 / 2 = 1 |
| Identiteit | log_b(b) = 1 | log_10(10) | = 1 |
| Nul | log_b(1) = 0 | log_10(1) | = 0 |
Basisverandering: van log_b naar ln of log_10
Een standaard rekenmachine kent meestal alleen log_10 en ln. Voor elke andere basis gebruik je de basisveranderingsformule (change of base): log_b(x) = ln(x) / ln(b) = log_10(x) / log_10(b).
Voorbeeld: log_2(64) = ln(64) / ln(2) ≈ 4,1589 / 0,6931 ≈ 6. De keuze van de tussenliggende basis (e of 10) doet er niet toe: de verhouding levert hetzelfde antwoord. Deze formule staat in zowel de HAVO- als VWO-formulekaart van het Examenblad.