Wat is het verschil tussen een combinatie en een permutatie?
Een permutatie is een geordende rangschikking; een combinatie is een ongeordende selectie. Bij permutaties tellen ABC en CBA als twee verschillende uitkomsten, bij combinaties als dezelfde uitkomst. Voorbeeld: het podium van de Olympische Spelen (goud, zilver, brons) is een permutatie omdat de plaatsen verschillend zijn, terwijl een commissie van 3 leerlingen uit de klas een combinatie is omdat de samenstelling hetzelfde blijft ongeacht wie je als eerste noemt. Formeel: P(n, r) = n!/(n − r)! en C(n, r) = n!/(r!(n − r)!), waarbij P altijd r! keer groter is dan C voor dezelfde n en r.
Mag ik elementen herhalen bij het tellen?
Standaard nee — de formules P(n, r) en C(n, r) gaan uit van trekking zonder teruglegging, waarbij elk element hooguit één keer wordt gekozen. Bij trekking met teruglegging (herhaling toegestaan) gelden andere formules: permutaties met herhaling zijn n^r (elke positie heeft n opties, denk aan pincodes: 10^4 = 10.000 mogelijke 4-cijferige pincodes), en combinaties met herhaling gebruiken de 'sterren-en-strepen' formule C(n + r − 1, r). Voorbeeld uit het dagelijks leven: 3 bolletjes ijs kiezen uit 5 smaken bij IJssalon Australian, waarbij dubbele smaken mogen, geeft C(5 + 3 − 1, 3) = C(7, 3) = 35 keuzes.
Hoe bereken ik de winkansen van de Nederlandse Lotto en Staatsloterij?
Voor de Lotto van de Nederlandse Loterij (6 uit 49) is de jackpotkans 1 op C(49, 6) = 13.983.816, ongeveer 1 op 14 miljoen per gespeelde regel. Voor de EuroJackpot (5 uit 50 plus 2 uit 12) zijn de jackpotkansen 1 / (C(50, 5) × C(12, 2)) = 1 / (2.118.760 × 66) ≈ 1 op 140 miljoen. De Staatsloterij werkt anders — daar koop je een lot met een uniek nummer, en de winkansen worden bepaald door de verhouding tussen verkochte loten en gepubliceerde prijzen volgens het prijzenschema. De Kansspelautoriteit (Ksa) eist transparante publicatie van alle winkansen onder de Wet op de kansspelen, en wijst er regelmatig op dat het verwachte rendement van loterijen sterk negatief is.
Hoe hangt de driehoek van Pascal samen met combinaties?
De driehoek van Pascal is letterlijk een opzoektabel voor combinaties: het element in rij n, positie r (geteld vanaf 0) is precies C(n, r). Rij 5 luidt 1, 5, 10, 10, 5, 1 — dat zijn C(5, 0) tot en met C(5, 5). De opbouwregel van de driehoek (elk element is de som van de twee elementen erboven) komt overeen met de identiteit C(n, r) = C(n − 1, r − 1) + C(n − 1, r), die je combinatorisch kunt bewijzen door cases: een gekozen subset van r elementen bevat ofwel het n-de element (kies dan de overige r − 1 uit n − 1) ofwel niet (kies dan alle r uit de eerste n − 1). De driehoek codeert ook de binomium van Newton: de coëfficiënten in (a + b)^n zijn precies rij n.
Welke voorwaarden gelden voor n en r?
Zowel n als r moeten niet-negatieve gehele getallen zijn, en voor de standaard formules zonder teruglegging moet r ≤ n gelden. Belangrijke randgevallen die je moet kennen voor het eindexamen: C(n, 0) = 1 (er is precies één manier om niets te kiezen — de lege verzameling), C(n, n) = 1 (één manier om alles te kiezen), P(n, 0) = 1 per conventie, en 0! = 1 zodat de formules consistent blijven. Als je in een vraagstuk r > n krijgt of een negatieve waarde, is de standaard telling 0 of niet gedefinieerd — controleer dan of het probleem misschien een ander model vereist (multinomialen, permutaties van een multiset, of combinaties met herhaling).
Waarom worden faculteiten zo snel zo groot?
De faculteit n! = n × (n − 1) × ... × 1 telt het aantal manieren om n verschillende objecten op een rij te zetten, en groeit exponentieel sneller dan eender welke machtsfunctie. Concrete waarden: 5! = 120, 10! = 3.628.800, 15! ≈ 1,3 × 10¹², 20! ≈ 2,4 × 10¹⁸, en 70! overschrijdt de capaciteit van een 64-bits IEEE-754 double. Daarom moet je bij C(100, 3) niet 100! / (3! × 97!) direct uitrekenen, maar eerst vereenvoudigen naar (100 × 99 × 98) / (3 × 2 × 1) = 161.700. Goede grafische rekenmachines (TI-84, Casio fx-CG50) en software zoals GeoGebra doen deze cancellation automatisch via de ingebouwde nCr- en nPr-functies.
Wanneer gebruik ik de multinomiaalcoëfficiënt in plaats van de binomiaalcoëfficiënt?
Een multinomiaalcoëfficiënt gebruik je als je n elementen wilt verdelen in meer dan twee onderscheiden groepen van vaste grootte. De formule n! / (k₁! × k₂! × ... × kₘ!) telt het aantal manieren om n elementen te verdelen in groepen van grootte k₁, k₂, ..., kₘ (waarbij de groepsgroottes samen n zijn). Voorbeeld uit het kaartspel: een bridge-deal verdelen van 52 kaarten over 4 spelers met elk 13 kaarten geeft 52! / (13!)⁴ ≈ 5,36 × 10²⁸. De binomiaalcoëfficiënt C(n, r) is het bijzondere geval met slechts twee groepen (grootte r en n − r). Multinomialen tellen ook het aantal verschillende anagrammen van een woord met herhaalde letters — MISSISSIPPI heeft 11! / (1! × 4! × 4! × 2!) = 34.650 anagrammen.